‘Bespreek obesitas op een niet-veroordelende manier’

Door Eva Kneepkens van Medisch Contact [1].

Na vijftien jaar is de obesitasrichtlijn voor volwassenen eindelijk geüpdatet. Richtlijnvoorzitter én internist-endocrinoloog Liesbeth van Rossum licht enkele nieuwe aanbevelingen toe.

De obesitasrichtlijn voor volwassenen dateerde uit 2008 en was nogal verouderd. ‘Sinds die tijd is er zóveel gebeurd in de wetenschap. Het was hoog tijd voor een nieuwe’, zegt Liesbeth van Rossum, internist-endocrinoloog én richtlijnvoorzitter. Na zo’n rigoureuze update zijn er veel nieuwe inzichten en aanbevelingen. Onderstaand een selectie.  

Comorbiditeiten

Net als voorheen is het gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico (GGR) een belangrijke pijler onder de richtlijn. ‘Maar dat is versimpeld. Het GGR bestaat nu uit drie componenten: BMI, buikomvang en obesitasgerelateerde comorbiditeiten. De uitkomst van die drie bepaalt in welke GGR-categorie de patiënt valt’. Bovendien is de lijst met obesitasgerelateerde comorbiditeiten flink toegenomen. ‘Voorheen lag de focus op diabetes type 2, hart- en vaatziekten, artrose en obstructieveslaapapneusyndroom (OSAS). Deze lijst is nu véél langer en bevat nu bijvoorbeeld ook astma, dertien vormen van kanker, infertiliteit en depressie’. Het is belangrijk dat artsen bij deze aandoeningen alert zijn op obesitas. Enerzijds kunnen die namelijk de oorzaak van obesitas zijn of die in stand houden. ‘We zien bijvoorbeeld veel mensen die een psychosociale oorzaak hebben of een medicatiebijwerking hebben met een gewichtsverhogende werking. Alleen een leefstijlinterventie volstaat dan vaak niet.’ Anderzijds zit obesitas de behandeling van deze aandoeningen vaak in de weg. Neem astma. ‘Kijk eerst om welk type het gaat. Uit onderzoek bleek namelijk dat de helft van de mensen met de combinatie van obesitas en astma op volwassen leeftijd, inflammatoir astma heeft en ten onrechte corticosteroïden met een potentieel gewichtsverhogende werking gebruikt. Dan moet je éérst de obesitas behandelen en daarmee kan ook de obesitasgerelateerde inflammatoire astma verbeteren’.  

Vetmassa 

Daarnaast hebben comorbiditeiten een plek veroverd op de lijst van uitkomstmaten bij de behandeling van obesitas. ‘Vet is een orgaan en dat is bij obesitas letterlijk ziek. Als je het vet aanpakt, verbeteren de obesitasgerelateerde comorbiditeiten ook, én die maken ook deel uit van de uitkomstmaten. Dat is nieuw’, aldus Van Rossum. Wat eveneens nieuw is, is dat BMI nog maar een bescheiden rol heeft in de spreekkamer. ‘BMI staat er nog in, maar is minder belangrijk in het hele verhaal. We kijken nu vooral naar vetmassa. Het liefst wil je die meten met een lichaamssamenstellingsmeter, maar niet iedere arts beschikt daarover. Een simpelere manier is dan de buikomvang meten als surrogaatmarker voor het viscerale vet.’ Daarnaast is ook de kwaliteit van leven van belang. ‘Stel: iemand valt na een leefstijlinterventie maar weinig af, maar de kwaliteit van leven gaat wel omhoog. Die hangt vaak samen met de lichaamssamenstelling en de afname van chronische inflammatie. Je fitter voelen en beter in je vel zitten is voor de patiënt óók belangrijk.’ 

Bespreekbaar maken 

‘Het enige wat de arts eigenlijk hoeft te doen is alert zijn en obesitas bespreekbaar maken op een niet veroordelende manier. “U komt voor knieklachten, vindt u het goed om het ook over uw overgewicht te hebben?” We weten uit onderzoek dat 99 procent van de patiënten dat goed vindt. Bij de paar mensen die dat niet vinden, heb je dan toch een zaadje geplant. Wel is het belangrijk dat je er een warme toeleiding aan koppelt. Dus vraag toestemming om het erover te hebben, bespreek als er tijd voor is de oorzaken door systematisch de lijst door te lopen, dat leidt ook tot een opener gesprek, én zorg voor een warme toeleiding door te zeggen: “Vindt u het goed om er ook wat aan te doen?” Die toeleiding kan bijvoorbeeld via de doktersassistente, POH of, in steeds meer gemeenten, de centrale zorgcoördinator’. Hierdoor hoeft het bespreekbaar maken van obesitas de arts niet veel tijd te kosten.  

Daarbij spelen er ontwikkelingen die de arts gaan helpen. Zo legt Van Rossum met haar collega’s de laatste hand aan een website waarop patiënten bijvoorbeeld zelf al hun leefstijl en tal van onderliggende oorzaken van overgewicht kunnen vaststellen. Die website zal ook in o.a. Turks en Marokkaans beschikbaar zijn. Bovendien is de netwerkaanpak in opkomst en onderdeel van de obesitasrichtlijn. ‘Binnen een jaar hebben al 25 ziekenhuizen een leefstijlzorgloket dat mensen naar passende hulp in de eigen buurt kan verwijzen, en steeds meer gemeenten hebben een centrale zorgcoördinator’.

[1] Kneepkens, E. (2023, 13 juli). ‘Bespreek obesitas op een niet-veroordelende manier’. Medisch Contact

Image by Freepik

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *